Zes grote boerderijen

Gerard Jongkindt Coninck (1834) wordt in 1857 directeur van de Vrije Koloniën van Weldadigheid. In dat jaar vindt er een grote reorganisatie plaats, waarbij het rijk de gestichten in Veenhuizen en Ommerschans overneemt en de Maatschappij van Weldadigheid zich op het voortbestaan van de overgebleven Vrije Koloniën stort. Jomngkindt Coninck zorgt er meteen voor dat 170 kolonisten tot vrijboer worden bevorderd.

Onder zijn leiding schakelt de Maatschappij van Weldadigheid in 1859 over op grootschalige landbouw.
Zo worden er, in de periode 1864 – 1865, een zestal boerderijen gebouwd. Celia Kloosterhuis schrijft in het boek “De bevolking van de Vrije Kolonien der Maatschappij van Weldadigheid“: Er is, begin 1864, een nieuw beleid om de toestand van de Maatschappij van Weldadigheid te verbeteren:

  • De landbouw zou uitgeoefend worden op centraal in de koloniën gelegen complexen.
  • Op deze boerderijen zou in het vervolg het rundvee voor rekening van de Maatschappij worden gehouden

Zo worden de volgende boerderijen gebouwd.

De vorm van de boerderijen wordt vastgelegd in een plan:


Laatste aanpassing: 11 april 2026

Scroll naar boven